We gaan het helemaal anders doen

Bollenkweker John Huijberts gooide het roer om en kweekt zijn bollen 100% biologisch.

Hoog in Noord-Holland zetten de beroemde bloembollen de velden elk jaar als een regenboog in kleur. Narcissen, dahlia's, krokussen, hyacinten en natuurlijk de bekendste van alle bollen: de Hollandse tulp. Hoe mooi ze ook zijn, er is nogal wat te zeggen over de manier waarop bloembollen worden geteeld. Er is veel bestrijdingsmiddel en kunstmest voor nodig en dat maakt dat de kweek een behoorlijke aanslag is op de grond

Het is niet makkelijk om daar iets aan te doen. De markt vraagt om veel bollen, en vooral om veel goedkope bollen. Er moet productie gedraaid worden en daar heb je nu eenmaal bestrijdingsmiddelen voor nodig, op alle akkers.

Op alle akkers? Nee. Eén kleine bollenkweker blijft moedig weerstand bieden aan de bestrijdingsmiddelen en maakt het leven van ongewenste insecten en parasieten niet gemakkelijk.. Zonder kunstmest en chemische middelen.

Het moest anders..

Zeven jaar geleden maakte bollenkweker John Huiberts een belangrijke en ongebruikelijke beslissing: hij ging zijn bollen biologisch kweken.

"We hadden stengelaaltjes; dat is een quarantaineziekte. Als die in je bollen zitten moet je alles weggooien. Maar ik deed alles zoals het hoorde: we waren zó schoon; in de schuur, op het land, nergens was onkruid te vinden. Maar ging het een jaar goed, dan kwam het het volgende jaar weer terug. Toen dacht ik: die aaltjes zitten niet in onze schuur en niet in onze teelwijze. Het zit in de bodem.

Onder de bollenboeren zijn stengelaaltjes een taboe: je zegt niet dat je ze hebt, want als je ze hebt wordt je gezien als een 'vieze' boer die z'n bedrijf niet schoon krijgt. Het is een onwijs groot probleem. Je kunt stengelaaltjes chemisch bestrijden door de bollen in een bestrijdingsmiddel te dompelen, maar dat is niet echt een oplossing omdat je ook de natuurlijke vijanden van de aaltjes daar mee doodt. Wij hebben toen besloten: we zeggen hardop dat we het probleem hebben, en we gaan het anders doen.

Ik heb toen een cursus over bodembiologie gedaan. Daar leerde ik onder andere dat we te diep ploegden, dat we teveel bestrijdingsmiddelen gebruikten. En dat kunstmest een plant aantrekkelijker maakt voor bladluizen, die op hun beurt weer virussen verspreiden. Nu werken we zeven jaar biologisch. En we zien duidelijk dat je niet bang hoeft te zijn voor die aaltjes als je meer organische stof hebt in de bodem, als je meer bodemleven hebt.

We hebben een rem nodig

Het probleem is: mensen hebben een rem nodig. We gaan maar door. Het moet steeds groter en gekker. Dat geldt voor het akkerland dat steeds meer moet opleveren, maar ook voor ons eigen leven. We vliegen de hele wereld over en op die manier verspreiden we ziekten. Kijk maar naar corona. Op het land en in de wereld geldt ook: als je de ene ziekte oplost, komt zo de andere er weer voor in de plaats. Want we willen teveel. De basis is niet gezond.

Als we allemaal een beetje normaler en rustiger doen, dan hebben we het probleem van al die ziekten niet. Maar als we zo doorgaan als nu, dan gaat het nooit meer weg. Dat geldt voor infectieziekten, en dat geldt voor ziekten in de landbouw. We willen gewoon teveel.

We gaan het anders doen

Hoe oud ik was toen ik interesse in grond kreeg? Nou, het rare is dat ik dacht dat ik er altijd interesse in had. Wat ik op school leerde paste ik precies zo toe op het land. Zo hoorde het.

Er lopen veel adviseurs die ons als kwekers advies geven over de grond. Maar zij verkopen ook bestrijdingsmiddelen. Of kunstmest. Zij worden toch betaald uit de verkoop van die middelen. Als ze onkruid op je land zien, dan hebben ze daar wel een middeltje tegen. Dan spuit je dat netjes en dan denk je: zo, daar heb ik toch weer mooi alles aan gedaan. Zo heb ik jarenlang gewerkt. We gingen steeds meer chemische middelen gebruiken. Toen ging ik naar die cursus over bodembiologie en daar hoorde ik dat het fout ging. Maar ja, iedereen zegt: we mogen geen omzet verliezen, we moeten maximaal produceren.

Toen onze dochter vier was kreeg ze een hersenontsteking. Ze kreeg eigenlijk een epilepsieaanval die niet stopte. Daardoor is ze meervoudig gehandicapt geworden. Toen we op de intensive care kwamen zei de arts: "ah, je bent een bollenkweker hè, al die chemie: dat zou wel de oorzaak kunnen zijn". Gelukkig bleek dat niet het geval te zijn, maar het was wel een enorme trigger.

Ondertussen hadden we die stengelaaltjes en ik had die cursus gedaan. Toen hebben we gezegd; we gaan het anders doen, want dit is onhoudbaar.

Een van de weinige biologische kwekers ter wereld

Nu zijn we dus zeven jaar onderweg. De eerste jaren waren enorme verliesjaren met een grote dip in onze omzet. Ik zou het niet snel aanraden om zo over te gaan, want je gaat eerst echt onderuit. Het is bijna niet te doen, maar dat wisten we vooraf gelukkig niet.

Het land en de bollen waren gewend aan kunstmest. Er zijn bollen die je bijna niet kunt telen zonder kunstmest en chemie. Het hele land zat vol kunstmest en chemie en we hadden daardoor geen bodemleven. Onze bodem was helemaal dood, er was echt nul leven. We zijn zeven jaar bezig en dit jaar zien we pas echt dat de opbrengsten goed zijn. Dat eerste jaar is er bijna geen opbrengst. De bollen worden ziek, er is heel veel onkruid wat anders doodgespoten wordt. Dat werkt heel zwaar. En als je dan aan het eind van het jaar niks verdient of zelfs moet toeleggen, dan is dat wel heftig.

Maar tegelijkertijd is het zo leuk. Ik ga van de ene cursus naar de andere. We zien hoe de grond verandert. We kregen prijzen voor de vogelvriendelijkste agrariër. Dat was niet het doel, maar het is een prachtige bijkomstigheid. Ik hoor het verschil tussen ons land en dat van de buren: bij ons hoor je vogels, hiernaast is het stil.

We experimenteren veel. We telen bonen, daar zit heel veel eiwit in en dat laten we fermenteren. Dat spuiten we weer over onze teelt. We moeten wisselen met wat we in de grond telen, dat deden we eerst ook niet. De enige afwisseling die we hadden was narcissen, tulpen, hyacinten en lelies. En soms een beetje gras tussendoor.

Nu werken we niet alleen biologisch, we werken natuurinclusief-biologisch. We tolereren onkruid. We geven het land rust door steeds de helft van ons land te betelen. Op de andere helft groeien dan gemengde groenbemesters, of het is een wintervoedselakker met een zaadmengsel speciaal voor vogels in de winter. Dat wisselen we dan af. Het is dus veel meer dan alleen werken zonder chemie.

Het gaat elk jaar een beetje beter. Onze oogst kan het gewoon opnemen tegen gangbare bollen. Dat is prachtig. En dat doen we zonder extra hulp of subsidie, ik wil dat dit een serieus bedrijf is dat op kan tegen de rest. Ik wil dat hier een bedrijf staat waarvan een gangbare kwekers zegt: zo wil ik het ook.

We zijn alleen wel de enige die dit doen. Er staat 25.000 hectare bollen in Nederland. Daarvan is 55 hectare biologisch. En van die 55 hectare is 35 hectare van ons.

"Het gaat elk jaar een beetje beter. Onze oogst kan het gewoon opnemen tegen gangbare bollen. Dat is prachtig."

Pass it on

Ik ben nu 59. Ik ga dit dus geen 20 jaar meer doen. Als er morgen iets met me gebeurt, dan zijn overmorgen alle bollen ineens weer gangbaar en dan is er geen opvolging. Dan zijn er geen biobollen meer te koop. Dat baart me zorgen.

Daarom ben ik veel met kennisoverdracht bezig. We krijgen hier een leslokaal, daar gaan we docenten en kwekers opleiden over natuurinclusieve biologische bollenteelt.

Ik hoop dat hier over tien jaar een paar jonge ondernemers zitten. Dat de ene dan narcissen kweekt, de andere bollen op pot, de volgende groente en dat ze elkaar daarmee helpen en ondersteunen. Met kippen tussendoor die het onkruid verwijderen. Of met robots die onkruid wieden.

We hadden ook voor de makkelijke weg kunnen kiezen. Ik heb zeventig hectare land, we hadden 50 kunnen verkopen en zonder hypotheek ergens anders opnieuw kunne beginnen, kleinschalig met 2 hectare bollen die we met de hand eruit halen. Maar dat zit niet in me. Het moet een echt bedrijf zijn. En ik ben doorbijter genoeg: dat gaat me ook lukken.